Danny Weber
Ontdek hoe je Microsoft Defender optimaal instelt. Leer welke beveiligingsfuncties standaard uitstaan en hoe je ze inschakelt voor betere bescherming.
Microsoft Defender, voorheen Windows Defender, is de ingebouwde antivirus van Windows. Het geldt als een basisfunctie voor beveiliging, maar schiet soms tekort om een systeem volledig te beschermen.
Volgens ZDNet-auteur Lance Whitney is Defender op zichzelf een degelijke oplossing. Toch staan veel belangrijke functies standaard uit, wat het algehele beveiligingsniveau verlaagt.
Allereerst raadt hij aan naar de functie Gecontroleerde maptoegang te kijken. Die beschermt gegevens tegen ransomware, maar kan voor ongemak zorgen omdat hij soms legitieme toepassingen blokkeert. Daarom is deze functie niet standaard ingeschakeld.
Ook de bescherming tegen malware die het systeem wil overnemen, staat standaard uit. Deze valt onder Kernisolatie. Het inschakelen ervan kan compatibiliteitsproblemen met bepaalde stuurprogramma's geven, wat de voorzichtige aanpak van de ontwikkelaars verklaart.
Whitney adviseert apart om de functie voor het blokkeren van potentieel ongewenste programma's aan te zetten. Zulke apps zijn niet altijd virussen, maar kunnen het systeem vertragen of het gedrag veranderen.
Een andere belangrijke instelling is Tamperbeveiliging. Die verhindert dat software van derden systeembestanden en -instellingen wijzigt. Dit is vooral cruciaal tegen sluipaanvallen.
Kortom, hoewel Windows een ingebouwde antivirus heeft, is het verstandig om de beveiligingsinstellingen handmatig te controleren en waar nodig extra beschermingslagen in te schakelen om risico's te verkleinen.
© RusPhotoBank