VS neemt afstand van importverbod Chinese drones, maar FCC-blokkade treft DJI

Het Amerikaanse ministerie van Handel heeft afstand genomen van plannen voor een importverbod op Chinese drones, waaronder toestellen van DJI. Volgens Reuters gebeurt dat tegen de achtergrond van een voorzichtige dooi in de relaties tussen Washington en Peking en in aanloop naar een ontmoeting in april tussen Donald Trump en Xi Jinping. Voor DJI voelt het meer als een adempauze dan als een beslissend keerpunt.

Eerder had het departement het Witte Huis opgeroepen de invoer van Chinese onbemande toestellen te beperken; dat voorstel werd al in oktober ingediend. Inmiddels is de zet teruggetrokken, maar de grootste hindernis blijft staan: een verbod van de Amerikaanse Federal Communications Commission. Dat richt zich niet op import als zodanig, maar op de certificering van apparatuur. Zonder die stempel mogen nieuwe drones niet officieel in de VS worden verkocht.

Daarbovenop komt druk van andere federale instanties, wat het beeld nog diffuser maakt. Het Amerikaanse ministerie van Defensie blijft DJI aanmerken als een Chinees militair bedrijf, en een rechtbank in het District of Columbia bekrachtigde die kwalificatie formeel, terwijl zij opmerkte dat er geen bewijs is van controle door de Communistische Partij van China. Het Congres zette in 2024 bovendien stappen om het merk volledig te weren, maar het bedrijf kreeg een respijt van één jaar om aan te tonen dat het geen risico vormt voor de nationale veiligheid.

De huidige beperkingen raken geen drones die al bij klanten staan; bestaande bezitters hoeven zich dus geen zorgen te maken. Toch kan DJI geen nieuwe modellen op de Amerikaanse markt brengen en zelfs geen reserveonderdelen leveren, een beperking die op termijn kan doorwerken in service en reparaties. Tegen die achtergrond is het bedrijf al begonnen te spreiden en te investeren in aanpalende terreinen buiten de kern van het dronebedrijf.